Mijn ervaringen met het houden en kweken van stekelnekagamen
In september 2023 kocht ik vier stekelnekagamen: één mannetje en drie vrouwtjes. Wat begon als het houden van een bijzondere tropische agamensoort, groeide al snel uit tot een leerzame ervaring met eileg, incubatie en het opkweken van jonge dieren.
In dit artikel deel ik mijn eigen ervaringen met Acanthosaura capra. Daarnaast lees je meer over de huisvesting, het klimaat, groepsgedrag, de inrichting van een paludarium en de verzorging van nakweek.
De eerste tekenen van eileg
Begin december 2023 ontdekten we een gat in de bodem van het terrarium. In eerste instantie dachten we dat een voederinsect dit had veroorzaakt. Daarom maakten we het gat weer dicht.
Twee dagen later was er opnieuw gegraven. Deze keer zagen we dat een van de vrouwtjes verantwoordelijk was. We besloten het gat daarom open te laten en het gedrag van het dier goed te observeren.
Op een zaterdagochtend zat het vrouwtje bij de graafplek. In het gat vonden we uiteindelijk twaalf eieren. Het vrouwtje besteedde vervolgens vrijwel de hele dag aan het zorgvuldig dichtmaken van haar nest.
De eieren in de broedstoof
We haalden de eieren voorzichtig uit de bodem en plaatsten ze in een broedstoof bij een temperatuur van ongeveer 25 tot 26 °C. Via een internetforum hadden we gelezen dat de incubatietijd mogelijk ongeveer zes maanden zou bedragen.
In de praktijk bleek dit aanzienlijk korter te zijn. De eieren, die rond 9 en 16 december waren gelegd, kwamen op 16 en 17 april 2024 uit. De werkelijke incubatietijd bedroeg daarmee ongeveer 120 dagen.
Dat kwam redelijk overeen met mijn eerdere ervaringen met de eieren van Gonocephalus chameleontinus. Het uitkomen van de jongen liet opnieuw zien dat praktijkervaring soms waardevoller is dan algemene informatie die online wordt gedeeld.
Een tweede legsel
Op 8 mei 2024 zagen we opnieuw een graafplek in het verblijf. Hetzelfde vrouwtje bleek opnieuw bezig te zijn geweest. Op 16 mei vonden we drie eieren, die we bij ongeveer 25 °C in de broedstoof plaatsten.
In juli gingen we drie weken op vakantie. Onze buurvrouw nam, zoals gebruikelijk, de verzorging van de dieren over. Op dat moment hadden we al elf jonge stekelnekagamen verkocht en hadden we besloten om zelf twee jongen te houden.
Om onze buurvrouw tijdens de vakantie niet met nog meer jonge dieren te belasten, besloten we de drie eieren uit het tweede legsel niet verder uit te broeden.
Een onverwachte jonge stekelnekagame
Na onze vakantie gebeurde er iets wat we absoluut niet hadden verwacht. Tijdens het schoonmaken van het terrarium voelde mijn vrouw plotseling iets op haar hand zitten.
Eerst dachten we dat het om een sprinkhaan ging. Bij beter kijken bleek het echter een jonge stekelnekagame te zijn. Waarschijnlijk hadden we tijdens het zoeken naar de eieren één ei over het hoofd gezien.
Het jong had zelfstandig het ei verlaten, zich door de bodem heen naar boven gewerkt en vermoedelijk enige tijd tussen de volwassen dieren geleefd. Dat was bijzonder, omdat het dier gemakkelijk door een van de volwassen agamen had kunnen worden opgegeten.
Mijn vrouw en ik waren het er direct over eens: een dier dat zoveel moeite had gedaan om te overleven, had wat ons betreft een groot recht om te blijven leven. We besloten het jong daarom zelf te houden.
De verzorging van de jonge stekelnekagamen
De eerste jongen kwamen vanaf 16 april 2024 uit het ei. Ze waren gezond, actief en groeiden goed.
We voerden de jongen onder andere:
- buffalowormen;
- kleine krekels;
- kleine sprinkhanen;
- andere voederinsecten die bij hun formaat pasten.
De voederdieren werden regelmatig bestoven met calcium- en vitaminesupplementen. Daarbij gebruikten we onder andere Miner-All van Sticky Tongue Farms en Repti Calcium van Zoo Med.
Dagelijks sproeien was belangrijk, omdat de jongen voornamelijk waterdruppels van bladeren en andere oppervlakken dronken. In het opkweekverblijf lag de temperatuur halverwege het terrarium rond de 30 °C. Dicht bij de bodem was het ongeveer 25 °C.
Bij jonge dieren is het belangrijk om goed te observeren of alle jongen voldoende eten. Grotere of sterkere jongen kunnen de kleinere dieren verdringen. Een jong dat achterblijft, weinig eet of zich voortdurend verstopt, kan daarom beter tijdelijk apart worden gehuisvest.
Stekelnekagame in het kort
| Wetenschappelijke naam | Acanthosaura capra |
|---|---|
| Familie | Agamidae |
| Herkomst | Laos, Vietnam en Cambodja |
| Leefgebied | Vochtige bossen en bergachtige bosgebieden |
| Totale lengte | Ongeveer 25 tot 35 cm, inclusief staart |
| Leefwijze | Dagactief en semi-arboreaal |
| Voeding | Voornamelijk levende insecten |
| Voortplanting | Eierleggend |
Stekelnekagamen hebben een opvallende nek- en rugkam, waardoor ze een bijna drakenachtig uiterlijk krijgen. De basiskleur kan variëren van bruin tot olijfgroen. Donkere vlekken en strepen zorgen voor camouflage tussen takken, bladeren en boomschors.
Mannetjes hebben meestal een duidelijkere kam en kunnen fellere kleuren tonen dan vrouwtjes. De lange staart helpt bij het bewaren van het evenwicht tijdens het klimmen.
Natuurlijk gedrag
Stekelnekagamen zijn overdag actief. Ze brengen veel tijd door op takken, tussen planten of op beschutte rustplaatsen. Hoewel ze ook op de bodem komen, is het belangrijk om vooral de hoogte van het verblijf goed te benutten.
De dieren voelen zich meestal veiliger in een dicht ingericht verblijf dan in een open terrarium. Beplanting, takken en visuele barrières geven de dieren de mogelijkheid om zich aan het zicht van mensen en soortgenoten te onttrekken.
Stekelnekagamen zijn geen echte knuffeldieren. Sommige exemplaren worden na verloop van tijd rustiger in de aanwezigheid van de verzorger, terwijl andere dieren schuw blijven. Onnodig hanteren kan stress veroorzaken en kan daarom beter worden vermeden.
Territoriaal gedrag en groepshuisvesting
Stekelnekagamen leven in de natuur voornamelijk solitair. Vooral mannetjes kunnen sterk territoriaal reageren op andere mannetjes.
Houd daarom nooit twee volwassen mannetjes samen. Dit kan leiden tot achtervolgen, bijten, dominantiegedrag, stress en ernstige verwondingen.
Een koppel
Een combinatie van één mannetje en één vrouwtje kan werken, mits het verblijf groot en dicht ingericht is. Het vrouwtje moet het mannetje kunnen ontwijken, vooral wanneer hij tijdens de paartijd opdringerig wordt.
Een trio
Een groep van één mannetje en twee vrouwtjes wordt soms gehouden om de aandacht van het mannetje over meerdere vrouwtjes te verdelen. Toch blijft goede observatie noodzakelijk. Ook tussen vrouwtjes kan dominantie ontstaan.
Alleen vrouwtjes
Meerdere vrouwtjes kunnen soms goed samenleven. Toch kunnen ook zij territoriaal gedrag vertonen wanneer er te weinig ruimte, voedsel of beschutting beschikbaar is.
Het karakter verschilt per dier. Een groepssamenstelling die lange tijd goed lijkt te gaan, kan later alsnog problemen geven. Zorg daarom altijd dat er een tweede verblijf beschikbaar is waarin een dier tijdelijk of permanent apart kan worden geplaatst.
Hoe herken je stress?
Stress kan ontstaan door verkeerde klimaatwaarden, een te klein verblijf, gebrek aan schuilplaatsen of problemen met soortgenoten.
Mogelijke stresssignalen zijn:
- voortdurend verstoppen;
- niet of nauwelijks eten;
- donkerder verkleuren;
- tegen het glas klimmen of ontsnappingsgedrag;
- onrustig heen en weer bewegen;
- sterk verminderde activiteit;
- problemen met vervellen;
- versnelde of zware ademhaling;
- langdurig met geopende bek zitten zonder duidelijke warmteoorzaak.
Tekenen van dominantie
- het opjagen van een ander dier;
- bijten of dreigend benaderen;
- het blokkeren van de warmte- of UVB-plek;
- het claimen van een bepaald gedeelte van het verblijf;
- het opzetten van de stekels;
- voorkomen dat een ander dier bij het voer komt.
Wanneer een dier verwondingen heeft, niet meer eet of voortdurend wordt opgejaagd, moet direct worden ingegrepen. Tijdelijk of permanent scheiden is dan vaak noodzakelijk.
Afmetingen van het terrarium of paludarium
De hoogte is bij deze semi-arboreale soort minstens zo belangrijk als de bodemoppervlakte.
| Groepssamenstelling | Richtmaat verblijf |
|---|---|
| Eén dier | Minimaal ongeveer 90 × 45 × 90 cm |
| Een koppel | Bij voorkeur minimaal 100 × 60 × 100 cm |
| Een trio | Bij voorkeur minimaal 120 × 60 × 120 cm |
Groter is vrijwel altijd beter. In een ruim verblijf kun je meerdere klimroutes, rustplaatsen, temperatuurzones en visuele barrières creëren.
Voor iedere stekelnekagame moeten voldoende plaatsen aanwezig zijn om te rusten, te zonnen, te drinken en zich terug te trekken.
Het verblijf natuurlijk inrichten
Een geschikte inrichting bestaat uit verschillende niveaus. Combineer horizontale en schuine takken met planten, kurkschors en schuilplaatsen.
Geschikte materialen
- stevige kurktakken;
- druiventakken;
- bamboe;
- kurkschorsplaten en kurktunnels;
- boomwortels;
- kunstplanten met brede bladeren;
- stevige levende planten;
- bladafval en mos.
Schuilplaatsen op de bodem
Gebruik bijvoorbeeld kurkschors, rotsachtige grotten, een halve kokosnoot, bladeren of een dichte laag beplanting. Een dikke laag bodembedekking kan eveneens extra beschutting geven.
Schuilplaatsen in de middenzone
Plaats schuine en horizontale takken tussen dichte planten. Stukken kurkschors kunnen zo worden bevestigd dat de dieren erachter of eronder kunnen rusten.
Schuilplaatsen bovenin
Monteer stevige takken en kurkschors op verschillende hoogtes. Zorg ook bovenin voor schaduwrijke en beschutte plekken.
Alle takken en decoratiematerialen moeten stevig bevestigd zijn. Losse takken of stenen kunnen omvallen wanneer de dieren erop klimmen.
Geschikte planten
Stevige, niet-giftige planten zorgen voor beschutting en helpen bij het vasthouden van de luchtvochtigheid.
In het oorspronkelijke verblijf werden onder andere de volgende planten overwogen:
- Pothos;
- Ficus;
- Dracaena;
- bromelia’s;
- Philodendron;
- varens.
Zorg dat levende planten stevig in de bodem staan. Kunstplanten kunnen worden gebruikt als aanvulling, vooral op plaatsen waar echte planten moeilijk groeien.
De bodembedekking
Een goede bodem houdt vocht vast zonder voortdurend drassig te blijven. Geschikte materialen zijn onder andere kokosvezel, aarde, reptielenbast, boomschors en turf.
Een natuurlijke laag met gedroogde bladeren en mos geeft extra beschutting en draagt bij aan de uitstraling van een vochtige bosbodem.
Controleer regelmatig of er geen stilstaand, vervuild water of schimmelvorming in de bodem ontstaat.
Temperatuur, UVB en luchtvochtigheid
Een stabiel klimaat is belangrijk voor de gezondheid, spijsvertering, calciumopname en vervelling.
| Onderdeel | Richtwaarde |
|---|---|
| Algemene dagtemperatuur | 24 tot 28 °C |
| Warmteplek | Ongeveer 30 tot 32 °C |
| Nachttemperatuur | 20 tot 22 °C |
| Luchtvochtigheid | Gewoonlijk 70 tot 90% |
| Nachtelijke luchtvochtigheid | Mag tijdelijk verder oplopen |
Een geschikte UVB-lamp is noodzakelijk voor de calciumstofwisseling. Combineer UVB-verlichting met een warmtespot en een duidelijke dag- en nachtcyclus.
Meet de temperatuur en luchtvochtigheid op meerdere plaatsen. Alleen meten vlak bij de lamp of op de bodem geeft geen volledig beeld van het klimaat in het gehele verblijf.
Een hoge luchtvochtigheid moet altijd worden gecombineerd met voldoende ventilatie. Stilstaande, vochtige lucht vergroot de kans op schimmel, bacteriegroei en ademhalingsproblemen.
Voeding van volwassen stekelnekagamen
Stekelnekagamen eten voornamelijk levende insecten. Variatie is belangrijk om een eenzijdig dieet te voorkomen.
Geschikte voederdieren zijn onder andere:
- krekels;
- sprinkhanen;
- dubia’s;
- buffalowormen;
- meelwormen;
- wasmotlarven;
- andere passende ongewervelden.
Wasmotlarven en andere vettere voederdieren kunnen het beste beperkt worden aangeboden. Bestuif de voederdieren volgens een passend schema met calcium en vitamines.
Stromend water, sproeien en waterdruppels op bladeren stimuleren het natuurlijke drinkgedrag.
Een watergedeelte in het paludarium
Een watergedeelte kan een waardevolle toevoeging zijn. In onze eigen ervaring gingen de stekelnekagamen regelmatig vrijwillig het water in. Ze dronken, badderden en zwommen korte afstanden.
Een goed ontworpen watergedeelte kan:
- het drinkgedrag stimuleren;
- ondersteunen tijdens de vervelling;
- de luchtvochtigheid helpen verhogen;
- een natuurlijke uitstraling geven;
- extra verrijking bieden.
Veilige in- en uitstapplaatsen
Bij een diep watergedeelte moeten altijd meerdere veilige uitstapmogelijkheden aanwezig zijn. Gebruik bijvoorbeeld:
- stenen die geleidelijk uit het water omhoog lopen;
- takken die vanuit het water naar het landgedeelte lopen;
- dichte beplanting langs de oever;
- ondiepe zones waarin de dieren kunnen staan;
- ruwe oevers met voldoende grip.
Gladde, steile randen zonder uitklimmogelijkheid zijn ongeschikt.
Stromend water en filtratie
Een pomp kan lichte stroming creëren en helpt bij het filteren van het water. De stroming mag niet zo krachtig zijn dat de dieren erdoor worden gehinderd.
Een watergedeelte kan snel vervuild raken door bodemmateriaal, voedselresten en ontlasting. Gebruik daarom een geschikt filter en ververs regelmatig een gedeelte van het water.
Controleer bovendien of de watertemperatuur niet te laag wordt. In de oorspronkelijke opstelling werd een watertemperatuur van ongeveer 22 tot 26 °C aangehouden.
Vissen in het watergedeelte
Het is mogelijk om tropische vissen in het watergedeelte te houden, maar dit maakt het onderhoud aanzienlijk ingewikkelder. Het water moet groot genoeg zijn en over een stabiele waterkwaliteit beschikken.
Houd rekening met de volgende aandachtspunten:
- vissen kunnen worden opgegeten;
- aarde en ontlasting van de agamen kunnen het water vervuilen;
- de vissen hebben eigen temperatuur- en waterkwaliteitseisen;
- het filter moet geschikt zijn voor de hoeveelheid water en vervuiling;
- ammoniak, nitriet en nitraat moeten worden gecontroleerd;
- regelmatige gedeeltelijke waterverversingen blijven noodzakelijk.
In de oorspronkelijke plannen werden robuuste soorten zoals guppy’s, platy’s en danio’s genoemd. Ook garnalen en slakken werden als mogelijke bewoners overwogen.
Een apart aquarium blijft in veel gevallen eenvoudiger en veiliger dan een combinatie in hetzelfde paludarium.
Stekelnekagamen combineren met kikkers
Het combineren van stekelnekagamen met kikkers lijkt aantrekkelijk, maar brengt duidelijke risico’s met zich mee.
Mogelijke problemen zijn:
- kleinere kikkers kunnen als prooi worden gezien;
- grotere kikkers kunnen de agamen intimideren;
- beide soorten kunnen om voederinsecten concurreren;
- de temperatuur- en vochtbehoeften sluiten niet altijd volledig op elkaar aan;
- nachtactieve kikkers kunnen de rust verstoren;
- huidafscheidingen van bepaalde kikkersoorten kunnen risico’s opleveren.
Een afzonderlijk vivarium voor kikkers is daarom meestal de veiligste keuze. Zo kun je beide diergroepen onder optimale omstandigheden houden zonder risico op predatie, concurrentie of overdracht van ziekteverwekkers.
De natuurlijke seizoenscyclus nabootsen
De voortplanting kan worden gestimuleerd door een drogere rustperiode af te wisselen met een vochtiger regenseizoen. Verander de omstandigheden altijd geleidelijk en niet van de ene op de andere dag.
| Periode | Doel | Dagtemperatuur | Nachttemperatuur | Luchtvochtigheid | Lichtduur |
|---|---|---|---|---|---|
| Droge periode | Rust en herstel | 25 tot 27 °C | 20 tot 22 °C | 60 tot 70% | 10 tot 11 uur |
| Overgangsperiode | Geleidelijke activering | 26 tot 28 °C | 21 tot 23 °C | 70 tot 80% | 11 tot 12 uur |
| Regenseizoen | Paargedrag en eiafzet | 27 tot 29 °C | 22 tot 24 °C | 80 tot 90% | 12 tot 13 uur |
De droge periode
Tijdens de drogere rustperiode wordt minder intensief gesproeid. De luchtvochtigheid ligt wat lager en de lichtduur wordt verkort. De dieren blijven gevoerd worden, maar overvoeren en veel calorierijke voederdieren worden vermeden.
De overgang naar het regenseizoen
Verhoog de temperatuur, luchtvochtigheid en lichtduur geleidelijk over een periode van ongeveer twee tot drie weken. Ook de hoeveelheid en variatie van het voer kan langzaam worden uitgebreid.
Het regenseizoen
Tijdens de vochtige periode kan meerdere keren per dag worden gesproeid. Een automatisch sproeisysteem kan hierbij helpen. Zorg er wel voor dat de bodem tussendoor kan luchten en niet voortdurend drassig blijft.
In deze periode kan het mannetje actiever en territorialer worden. Hij kan zijn kam opzetten, met zijn kop bewegen en het vrouwtje vaker benaderen.
Signalen van paargedrag
Een mannetje kan tijdens de paartijd fellere kleuren vertonen, de nek- en rugkam duidelijker opzetten en met de kop knikken.
Een vrouwtje dat niet bereid is om te paren, zal vaak proberen weg te komen of zich te verstoppen. Wanneer zij constant wordt achtervolgd, donker verkleurt of stopt met eten, moet het paar tijdelijk worden gescheiden.
Tijdens een paring kan het mannetje het vrouwtje bij de nek vasthouden. Dit gedrag kan er stevig uitzien. Toch moet worden ingegrepen wanneer het vrouwtje verwond raakt of langdurige stress vertoont.
Een geschikte legplaats
Plaats de legplek ruim voordat je verwacht dat het vrouwtje eieren gaat leggen. Een vrouwtje moet voldoende tijd krijgen om de plek te onderzoeken.
De legplek moet:
- voldoende diep zijn;
- uit licht vochtig, graafbaar substraat bestaan;
- niet drassig zijn;
- rustig en beschut liggen;
- gemakkelijk toegankelijk zijn.
In de oorspronkelijke planning werd een diepte van minimaal 15 tot 20 cm aangehouden. Als mogelijke materialen werden kokosvezel, zand, turf en vermiculiet genoemd.
Tekenen dat een vrouwtje mogelijk een legplaats zoekt zijn vaker graven, onrustig gedrag en een verminderde eetlust.
Eieren veilig uitgraven
Graaf de eieren voorzichtig uit nadat het vrouwtje de legplek heeft verlaten en het nest heeft afgesloten.
Draai de eieren niet onnodig. Til ieder ei voorzichtig op en plaats het in dezelfde positie in het incubatiesubstraat.
Verwijder los vuil eventueel met een zachte borstel. Hard schoonmaken of wassen is niet nodig.
Incubatie van de eieren
Onze eigen eieren werden uitgebroed bij ongeveer 25 tot 26 °C. Ze kwamen na ongeveer 120 dagen uit.
Plaats de eieren in een afgesloten broedbak met licht vochtig vermiculiet of perliet. Het materiaal moet vochtig genoeg zijn om uitdroging te voorkomen, maar er mag geen water rond de eieren staan.
Controleer de eieren regelmatig op:
- sterke verkleuring;
- invallen of uitdrogen;
- schimmelvorming;
- lekkage;
- een onaangename geur.
Beperk het openen van de broedbak. Te vaak openen veroorzaakt schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid.
Het uitkomen van de jongen
Wanneer een jong een opening in het ei heeft gemaakt, kan het nog enige tijd duren voordat het volledig naar buiten komt. Trek het jong niet uit het ei.
Laat het dier zelf uitkomen en wacht totdat de dooierzak volledig of vrijwel volledig is opgenomen voordat het naar het opkweekverblijf wordt verplaatst.
Het opkweekverblijf
Een opkweekverblijf moet overzichtelijk, goed geventileerd en eenvoudig schoon te houden zijn. Tegelijkertijd hebben de jongen voldoende beschutting nodig.
Gebruik onder andere:
- dunne, stevige klimtakken;
- kleine planten;
- meerdere rustplaatsen;
- een ondiep en veilig waterbakje;
- een geschikte UVB-lamp;
- een lichte warmteplek.
De jongen drinken vooral van waterdruppels. Regelmatig licht sproeien is daarom essentieel. Voorkom echter dat het verblijf langdurig doorweekt blijft.
Voeding van de jongen
Pas uitgekomen stekelnekagamen hebben kleine, bewegende voederdieren nodig.
Geschikt startvoer bestaat bijvoorbeeld uit:
- microkrekels;
- fruitvliegen;
- kleine springstaarten;
- zeer kleine sprinkhanen;
- kleine buffalowormen.
Bied dagelijks kleine porties aan. Bestuif de voederdieren met een passend calcium- en vitaminesupplement.
Naarmate de jongen groeien, kan de grootte van de voederdieren geleidelijk worden aangepast.
Veelvoorkomende problemen bij de opkweek
Een jong eet niet
Controleer eerst de temperatuur, luchtvochtigheid, verlichting en het formaat van de voederdieren. Zorg dat het jong niet wordt verdrongen door grotere nestgenoten.
Een jong groeit langzamer
Plaats een achterblijvend jong eventueel tijdelijk apart. Zo kun je beter controleren hoeveel het eet en drinkt.
Problemen met vervellen
Controleer vooral de tenen, staartpunt en stekels. Een onjuiste luchtvochtigheid of langdurige stress kan vervellingsproblemen veroorzaken.
Dominantie tussen jongen
Ook jonge dieren kunnen elkaar opjagen of voedsel afpakken. Voeg extra schuilplaatsen en voederplekken toe of verdeel de groep over meerdere verblijven.
Praktische checklist voor de kweek
- De ouderdieren zijn gezond en goed op gewicht.
- Het vrouwtje is voldoende ontwikkeld en niet te jong.
- Het verblijf is ruim en dicht ingericht.
- Er is een tweede verblijf beschikbaar voor tijdelijke scheiding.
- De temperatuur en luchtvochtigheid worden betrouwbaar gemeten.
- De overgang tussen droge en vochtige periode verloopt geleidelijk.
- De legbak staat ruim op tijd klaar.
- De broedstoof is vóór de eileg getest.
- Er is voldoende klein levend voer voor de jongen beschikbaar.
- Het opkweekverblijf is ingericht voordat de eieren uitkomen.
Wat deze kweekervaring mij heeft geleerd
Het houden en kweken van stekelnekagamen vraagt vooral om goed observeren. De dieren laten vaak zelf zien wat zij nodig hebben. Graven kan wijzen op een naderende eileg, veel verstoppen kan duiden op stress en een verandering in eetlust kan meerdere oorzaken hebben.
Onze eerste eieren kwamen bij ongeveer 25 tot 26 °C na circa 120 dagen uit. De jonge dieren groeiden goed op een gevarieerd dieet van kleine insecten, aangevuld met calcium en vitamines.
De meest bijzondere ervaring was zonder twijfel het jong dat volledig zelfstandig in het terrarium was uitgekomen. Het had het ei verlaten, zich door de bodem heen gewerkt en enige tijd tussen de volwassen dieren overleefd.
Die ervaring liet opnieuw zien hoe sterk deze kleine dieren kunnen zijn, maar ook hoe belangrijk het is om zorgvuldig te blijven kijken. Een enkel gemist ei kan uiteindelijk voor een prachtige verrassing zorgen.
Conclusie
Stekelnekagamen zijn bijzondere reptielen die het best tot hun recht komen in een ruim, hoog en dicht ingericht terrarium of paludarium. Een stabiel tropisch klimaat, voldoende UVB, gevarieerde voeding en veel schuilmogelijkheden vormen de basis van een goede verzorging.
Bij groepshuisvesting is voortdurende observatie noodzakelijk. Vooral mannetjes kunnen territoriaal zijn en ook vrouwtjes kunnen onderling dominantie vertonen.
Wie met deze soort wil kweken, moet vooraf nadenken over een geschikte legplaats, een betrouwbare broedstoof en voldoende ruimte voor de jonge dieren. Met geduld, goede voorbereiding en dagelijkse observatie kan het uitbroeden en opkweken van stekelnekagamen een bijzonder mooie ervaring zijn.
Lees ook: Stekelnekagame verzorgen – Complete verzorgingsgids.
Lees ook: Paludarium voor stekelnekagamen bouwen.
Lees ook: Temperatuur, UVB en luchtvochtigheid voor stekelnekagamen.
De persoonlijke tijdlijn, waaronder de aankoop van vier dieren, de vondst van twaalf eieren, de incubatie rond 25–26 °C en het onverwachte jong in het volwassen verblijf, is gebaseerd op je aangeleverde verhaal.Diverse foto's
